Doorgaan naar hoofdcontent

Waarvoor buig ik?

Buigen is voor de meesten van ons geen dagelijkse kost. In het sociale verkeer komen we het nauwelijks nog tegen. Twee heren die bij een ontmoeting voor elkaar buigen: het roept al snel het beeld op van een voorbije tijd. Een buiging kan bovendien worden opgevat als een gebaar van onderdanigheid. Alsof je jezelf kleiner maakt tegenover iemand die boven je staat.

Binnen religieuze tradities wordt vaker gebogen of geknield. In de rooms-katholieke kerk is de kniebuiging een vertrouwd beeld. In de protestantse kerk waarin ik ben opgegroeid, zie je mensen tijdens het gebed het hoofd buigen. Het gebaar kan eerbied, aandacht of overgave uitdrukken.

Ook in een zendo, de ruimte waarin we gezamenlijk zenmeditatie beoefenen, wordt regelmatig gebogen. Bij binnenkomst maken we een buiging naar het altaar. Bij onze zitplaats buigen we opnieuw en daarna naar de andere beoefenaars, de sangha of oefengemeenschap. Aan het einde van een zitperiode reciteren we de vier bodhisattvageloften en maken we drie volledige, diepe buigingen.

Voor veel mensen voelt dit de eerste keer vreemd of ongemakkelijk. Het zit in onze cultuur niet erg ingebakken om ons op deze manier uit te drukken. Al snel komt daarom de vraag op: waarom doen we dit? En voor wie of wat buigen we eigenlijk?

Ik herken die vragen en ook de weerstand die eronder kan liggen. Zelf heb ik langzaam ontdekt dat het buigen van grote waarde kan zijn. Niet doordat iemand mij precies heeft uitgelegd wat ik erbij zou moeten denken, maar vooral door het te doen. Steeds opnieuw, samen met anderen, binnen de context van de zenbeoefening.

De betekenis van een ritueel hangt samen met de plaats en de omstandigheden waarin het wordt uitgevoerd. Ik zou niet zomaar op straat voor voorbijgangers gaan buigen. In de zendo maakt het deel uit van een geheel van vormen die de beoefening ondersteunen.

Met een buiging breng ik lichamelijk iets tot uitdrukking. Ik onderbreek waarmee ik bezig ben, breng mijn handen samen en laat mijn hoofd zakken. Voor een ogenblik geef ik mijn gewone, rechtopstaande positie op. Daarmee erken ik dat de werkelijkheid ruimer is dan het beperkte beeld dat ik van mezelf heb.

De betekenis van de buiging ontstaat dus niet alleen in mijn denken. Ze krijgt vorm in de beweging zelf. Dat geldt ook voor de weerstand die ik daarbij kan ervaren. Misschien vind ik het overdreven, ongemakkelijk of te religieus. Die weerstand hoeft niet onmiddellijk te verdwijnen. Het kan waardevol zijn haar te voelen en te onderzoeken.

Je kunt het buigen natuurlijk ook zien als een cultureel verschijnsel dat door de eeuwen heen is doorgegeven. Veel vormen die wij binnen zen gebruiken, zijn afkomstig uit de Japanse zen zoals die in de vorige eeuw naar het Westen is gekomen. De buigingen drukken respect uit voor Boeddha, Dharma en Sangha: voor de ontwaakte, voor de weg of leer, en voor de gemeenschap van beoefenaars.

De verschillende buigingen hebben daarbij ieder een eigen accent. We buigen naar het altaar voor de weg van ontwaken, bij onze zitplaats voor de plek van beoefening en naar de anderen omdat we deze weg niet alleen gaan. Wanneer we na het reciteren van de geloften diep buigen, verbinden we ons daar niet alleen met woorden, maar met ons hele lichaam aan.

Maar daarmee is de vraag nog niet uitgeput. Wat betekent het uiteindelijk om voor Boeddha, Dharma en Sangha te buigen?

Dat is een open vraag. De betekenis kan veranderen en zich verdiepen naarmate je langer oefent. Voor mij is vandaag een belangrijk antwoord: ik buig voor boeddhanatuur.

Boeddha betekent letterlijk ‘de ontwaakte’, wat je kunt verstaan als: degene die aan het ontwaken is. In de beoefening gaat het niet om een bijzondere toestand die je ooit bereikt, maar om steeds opnieuw ontwaken: wakker en aandachtig aanwezig zijn.

Wanneer ik buig, buig ik daarom niet alleen voor iets buiten mij. Maar ik buig ook niet voor mijn persoonlijkheid of voor een verheven versie van mezelf. Ik buig voor datgene wat niet samenvalt met het beperkte verhaal dat ik over mezelf vertel.

Wie ben ik wanneer ik even niet uitga van alles wat ik over mezelf denk te weten? Waar ligt de grens tussen mijzelf en de wereld die ik waarneem? Wanneer ik werkelijk luister: wie is het dan die hoort?

Boeddhanatuur is geen abstract of verborgen iets. Zij komt in concrete vorm tot uitdrukking: in deze mens, in deze ander, in dit lichaam en op dit moment. In jou en in mij.

Daarom blijft het een goede vraag, iedere keer dat je je handen samenbrengt en je hoofd laat zakken:

Waarvoor buig ik?


De vier bodhisattvageloften:

Hoe talloos de levende wezens ook zijn, ik beloof ze allen te bevrijden.
Hoe peilloos de oorzaak van lijden ook is, ik beloof haar geheel te verwijderen.
Hoe grenzeloos de werkelijkheid ook is, ik beloof haar geheel te verstaan.
Hoe eindeloos de weg van ontwaken ook is, ik beloof haar ten einde te gaan.

 



Over de auteur

Bart van Lent is zenleraar bij Zen Centrum Voorburg en geregistreerd MBSR-trainer. In deze blog schrijft hij over zenbeoefening, mindfulness en de toepassing daarvan in het dagelijks leven.

Meer informatie: www.zcvb.nl 


Populaire posts van deze blog

De automatische piloot

De eerste bijeenkomst van de mindfulness (MBSR) training staat in het teken van de “automatische piloot”. Een term die uit de luchtvaart komt. Daar is de automatische piloot een nuttig instrument: hij neemt werk uit handen en zorgt dat het vliegtuig stabiel op koers blijft, zodat de piloot zich kan richten op wat echt aandacht vraagt. In de cockpit zit bovendien een knop. Aan of uit. In ons dagelijks leven werkt het niet veel anders. Ook wij doen een groot deel van de dag op routine. We lopen, fietsen, praten, werken – vaak zonder er bewust bij stil te staan. Dat is maar goed ook. Veel van wat we doen is complex genoeg. Wie na een ongeluk opnieuw moet leren lopen of fietsen, weet hoe weinig vanzelfsprekend dat eigenlijk is. En toch gaat het meestal goed. We bewegen ons door het verkeer, door gesprekken, door onze dagen, zonder er steeds over na te hoeven denken. Alleen: bij ons ontbreekt die knop, zo lijkt het. We staan zelden stil bij het feit dát we op de automatische piloot function...

De reünie

Veel Nederlanders van middelbare leeftijd – zoals ik – zullen het fenomeen herkennen: de reünie. Een bijeenkomst met klasgenoten van vroeger, familieleden, oud-collega’s of welke andere groep uit het verleden dan ook. Na zoveel jaar kom je weer bijeen om elkaar te zien en te spreken. Vaak is dat fijn, soms ook niet. Hoewel ik niet altijd naar zo’n bijeenkomst uitkijk, is er toch steeds dat gevoel: het zou goed zijn om elkaar weer eens te zien. Je hoort jezelf zoiets zeggen tijdens een begrafenis of een andere onverwachte ontmoeting: we zouden niet moeten wachten tot de volgende begrafenis. Voor je het weet wordt er weer een reünie gepland. Maar wanneer het zover is, heb ik vaak mijn twijfels. Waarom eigenlijk? Heeft het te maken met het feit dat een reünie soms als een tijdmachine werkt? Ik merk dat ik tijdens zo’n bijeenkomst gemakkelijk word teruggezet in de tijd. Ik neem mijn oude plek in de familie, de klas of de groep weer in. Dat gebeurt min of meer automatisch en lijkt som...

Wie denk je dat je bent?

Toen ik voor het eerst een zenleraar sprak, legde hij mij uit dat je op het zenpad ook werkelijk iets te verliezen hebt. Ik wilde meer weten over zen en onderzoeken hoe het zou zijn om me bij een leraar en een groep aan te sluiten. Daarom had ik een introductiegesprek met Kees van de Bunt. Hij bracht het zonder veel drama, maar wel duidelijk: er gaat iets verloren. Dat heeft te maken met je idee over wie je bent. Je zou dit je gevoel van identiteit kunnen noemen: datgene in jezelf wat een zekere continuïteit lijkt te hebben, ondanks alle veranderingen door de tijd heen. Ik kan me voorstellen dat dit voor sommigen als een waarschuwing klinkt. Misschien was het dat ook wel. De beoefening van zen is niet alleen uitdagend, maar kan ook beangstigend zijn. Je gaat op een kussen zitten, in stilte, voor een bepaalde tijd. Vervolgens komt er van alles voorbij: gedachten, herinneringen, plannen, lichamelijke gewaarwordingen en emoties. Dingen die je liever niet onder ogen ziet, kunnen zich j...