Doorgaan naar hoofdcontent

De reünie

Veel Nederlanders van middelbare leeftijd – zoals ik – zullen het fenomeen herkennen: de reünie. Een bijeenkomst met klasgenoten van vroeger, familieleden, oud-collega’s of welke andere groep uit het verleden dan ook. Na zoveel jaar kom je weer bijeen om elkaar te zien en te spreken. Vaak is dat fijn, soms ook niet.

Hoewel ik niet altijd naar zo’n bijeenkomst uitkijk, is er toch steeds dat gevoel: het zou goed zijn om elkaar weer eens te zien. Je hoort jezelf zoiets zeggen tijdens een begrafenis of een andere onverwachte ontmoeting: we zouden niet moeten wachten tot de volgende begrafenis. Voor je het weet wordt er weer een reünie gepland.

Maar wanneer het zover is, heb ik vaak mijn twijfels. Waarom eigenlijk? Heeft het te maken met het feit dat een reünie soms als een tijdmachine werkt?

Ik merk dat ik tijdens zo’n bijeenkomst gemakkelijk word teruggezet in de tijd. Ik neem mijn oude plek in de familie, de klas of de groep weer in. Dat gebeurt min of meer automatisch en lijkt soms bijna onontkoombaar. Hetzelfde geldt voor de anderen. Ook zij nemen hun vertrouwde plaats weer in. Zo roepen we bij elkaar oude rollen en patronen tot leven.

Dat geeft een gevoel van herkenning en vertrouwdheid. Maar het kan ook bijzonder onprettig zijn. Val ik nu werkelijk weer terug in mijn oude patronen? Ik dacht toch dat ik veranderd was, dat ik dit achter me had gelaten, dat ik er niet meer in zou trappen? Voor ik het weet, trek ik me opnieuw terug en vraag ik me af of ik wel oké ben, of goed genoeg. Hoe blijf ik aanwezig zonder opnieuw helemaal in die oude rol te verdwijnen?

Het Nederlandse woord reünie komt van het Franse réunion. In het Frans is dat een tamelijk neutraal woord voor een bijeenkomst of samenkomst, bijvoorbeeld een vergadering. Het kan ook hereniging betekenen: iets wat van elkaar gescheiden was, wordt weer bijeengebracht.

Wanneer ik me voorbereid op een sesshin, een meerdaagse zenretraite, weet ik: dit is geen reünie in de gebruikelijke betekenis. De dagen worden grotendeels doorgebracht met zazen en andere meditatieve vormen. Je zou het een retraite kunnen noemen, maar eigenlijk trekken we ons niet terug. We doen eerder het omgekeerde: we stoppen, voor zover dat lukt, met uitwijken en ons laten afleiden. In plaats daarvan gaan we de ontmoeting aan met wat zich voordoet.

Tijdens een sesshin tref ik vaak vrienden en bekenden die ik graag weer zie. Toch is er ruimte voor meer dan nostalgie, herinneringen en het opnieuw innemen van vertrouwde plaatsen. Ook oude patronen kunnen zich aandienen, soms zelfs bijzonder duidelijk. Maar we hoeven er niet automatisch in mee te gaan.

Er is tijd voor wat zich op ons pad voordoet: verlangens, zorgen, angsten, oude demonen, vragen en kwesties. Alles wat zich laat zien in wat we het hier en nu noemen.

Het leven wordt tijdelijk eenvoudiger. De gebruikelijke hectiek valt grotendeels weg. De maalstroom van gedachten stopt niet vanzelf, maar er ontstaat ruimte om te zien wat er gebeurt. Om te luisteren, te kijken, te voelen en te ervaren. Niet om alles op te lossen, maar om aanwezig te zijn bij wat er is.

We doen dat niet afzonderlijk. Van vroeg in de ochtend tot laat in de avond beoefenen we samen. We zitten in dezelfde ruimte, volgen hetzelfde programma en dragen gezamenlijk de stilte. Juist die gezamenlijke vorm maakt het mogelijk om te blijven wanneer de neiging ontstaat om ons terug te trekken.

In die zin is een sesshin misschien juist wél een reünie. Het woord sesshin wordt vaak vertaald als het verzamelen of bijeenbrengen van hart en geest. Niet een terugkeer naar wie we vroeger waren, maar een hereniging met het leven zoals het zich op dit moment aandient.

Deze beoefening is niet beperkt tot een weekend of een week op een bijzondere plek. Ze werkt door in het leven van alledag. Of ik het nu prettig vind of niet: ze leert me het leven onder ogen te zien. Dat werkt uiteindelijk door in iedere ontmoeting – met jou, met anderen, met mezelf en met wat zich verder voordoet.

Dus ook tijdens vergaderingen op het werk, familiebijeenkomsten en al die andere samenkomsten. Misschien verdwijnen mijn oude patronen niet. Misschien is dat ook niet nodig. Ik kan opmerken: daar is dat oude patroon weer. Vervolgens kan ik opnieuw besluiten om  aanwezig te blijven.

Steeds weer opnieuw beginnen.



Over de auteur

Bart van Lent is zenleraar bij Zen Centrum Voorburg en geregistreerd MBSR-trainer. In deze blog schrijft hij over zenbeoefening, mindfulness en de toepassing daarvan in het dagelijks leven.

Meer informatie: www.zcvb.nl 


 

Populaire posts van deze blog

De automatische piloot

De eerste bijeenkomst van de mindfulness (MBSR) training staat in het teken van de “automatische piloot”. Een term die uit de luchtvaart komt. Daar is de automatische piloot een nuttig instrument: hij neemt werk uit handen en zorgt dat het vliegtuig stabiel op koers blijft, zodat de piloot zich kan richten op wat echt aandacht vraagt. In de cockpit zit bovendien een knop. Aan of uit. In ons dagelijks leven werkt het niet veel anders. Ook wij doen een groot deel van de dag op routine. We lopen, fietsen, praten, werken – vaak zonder er bewust bij stil te staan. Dat is maar goed ook. Veel van wat we doen is complex genoeg. Wie na een ongeluk opnieuw moet leren lopen of fietsen, weet hoe weinig vanzelfsprekend dat eigenlijk is. En toch gaat het meestal goed. We bewegen ons door het verkeer, door gesprekken, door onze dagen, zonder er steeds over na te hoeven denken. Alleen: bij ons ontbreekt die knop, zo lijkt het. We staan zelden stil bij het feit dát we op de automatische piloot function...

Wie denk je dat je bent?

Toen ik voor het eerst een zenleraar sprak, legde hij mij uit dat je op het zenpad ook werkelijk iets te verliezen hebt. Ik wilde meer weten over zen en onderzoeken hoe het zou zijn om me bij een leraar en een groep aan te sluiten. Daarom had ik een introductiegesprek met Kees van de Bunt. Hij bracht het zonder veel drama, maar wel duidelijk: er gaat iets verloren. Dat heeft te maken met je idee over wie je bent. Je zou dit je gevoel van identiteit kunnen noemen: datgene in jezelf wat een zekere continuïteit lijkt te hebben, ondanks alle veranderingen door de tijd heen. Ik kan me voorstellen dat dit voor sommigen als een waarschuwing klinkt. Misschien was het dat ook wel. De beoefening van zen is niet alleen uitdagend, maar kan ook beangstigend zijn. Je gaat op een kussen zitten, in stilte, voor een bepaalde tijd. Vervolgens komt er van alles voorbij: gedachten, herinneringen, plannen, lichamelijke gewaarwordingen en emoties. Dingen die je liever niet onder ogen ziet, kunnen zich j...