De eerste bijeenkomst van de mindfulness (MBSR) training staat in het teken van de “automatische piloot”. Een term die uit de luchtvaart komt. Daar is de automatische piloot een nuttig instrument: hij neemt werk uit handen en zorgt dat het vliegtuig stabiel op koers blijft, zodat de piloot zich kan richten op wat echt aandacht vraagt. In de cockpit zit bovendien een knop. Aan of uit.
In ons dagelijks leven werkt het niet veel anders. Ook wij doen een groot deel van de dag op routine. We lopen, fietsen, praten, werken – vaak zonder er bewust bij stil te staan. Dat is maar goed ook. Veel van wat we doen is complex genoeg. Wie na een ongeluk opnieuw moet leren lopen of fietsen, weet hoe weinig vanzelfsprekend dat eigenlijk is. En toch gaat het meestal goed. We bewegen ons door het verkeer, door gesprekken, door onze dagen, zonder er steeds over na te hoeven denken.
Alleen: bij ons ontbreekt die knop, zo lijkt het. We staan zelden stil bij het feit dát we op de automatische piloot functioneren. Juist omdat we ons er niet van bewust zijn, werkt hij zo goed.
Maar in ons moderne leven keert dit mechanisme zich ook tegen ons. Het gemak ervan maakt dat we minder echt aanwezig zijn. We zijn er wel, maar ook weer niet. Het contact met het moment, met onze omgeving, met wat we doen – het raakt op de achtergrond. Soms voelt het alsof het leven ons overkomt.
Dat merk je vooral als het moeilijk wordt. Bij stress bijvoorbeeld. De druk loopt op, we staan voortdurend ‘aan’, en we proberen van alles om het op te lossen. Tegelijk slapen we slechter, voelen we ons onrustiger, en raken we steeds verder verstrikt. Dan kan de vraag opkomen: hoe ben ik hier eigenlijk terechtgekomen?
Het kan helpen om te onderzoeken of er patronen meespelen. Bijvoorbeeld: de neiging om steeds harder te werken, om het beter te willen doen, om te merken dat het niet lukt – en daar vervolgens de conclusie aan te verbinden dat je tekortschiet. Zo kan de automatische piloot een kringloop worden die zichzelf in stand houdt.
Voor mij was dat herkenbaar. En soms nog steeds. Juist daarom is het oefenen met aandacht zo belangrijk geworden. Door stil te staan en waar te nemen wat er speelt – gedachten, gevoelens, lichamelijke sensaties, gedrag – worden die patronen zichtbaar. En in dat zien ontstaat ruimte. Ruimte om niet automatisch door te gaan, maar even stil te staan. Om, als het ware, die knop toch te vinden.
Dat kan op elk moment. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn. Even voelen hoe je zit of staat. Opmerken wat er door je hoofd gaat. Een paar ademhalingen volgen. Soms is het kort, soms neem je er meer tijd voor.
Het blijft oefenen. Zoals je een spier traint, zo train je ook je aandacht. Als je het niet onderhoudt, verdwijnt het weer naar de achtergrond. Zelf probeer ik om er dagelijks tijd voor te nemen, ’s ochtends en vaak ook ’s avonds. En tussendoor, gedurende de dag, zijn er steeds kleine momenten van aandacht.
Iedereen kan dit oefenen. Kort of lang, eenvoudig of uitgebreider. Wat telt is de regelmaat. Steeds weer even terugkeren naar dit moment. Niet om de automatische piloot uit te schakelen – die hebben we nodig – maar om te leren wanneer hij ons helpt, en wanneer niet.
Over de auteur
Bart van Lent is zenleraar bij Zen Centrum Voorburg en geregistreerd MBSR-trainer. In deze blog schrijft hij over zenbeoefening, mindfulness en de toepassing daarvan in het dagelijks leven.
Meer informatie: www.zcvb.nl
