Doorgaan naar hoofdcontent

Wie denk je dat je bent?

Toen ik voor het eerst een zenleraar sprak, legde hij mij uit dat je op het zenpad ook werkelijk iets te verliezen hebt. Ik wilde meer weten over zen en onderzoeken hoe het zou zijn om me bij een leraar en een groep aan te sluiten. Daarom had ik een introductiegesprek met Kees van de Bunt.

Hij bracht het zonder veel drama, maar wel duidelijk: er gaat iets verloren. Dat heeft te maken met je idee over wie je bent. Je zou dit je gevoel van identiteit kunnen noemen: datgene in jezelf wat een zekere continuïteit lijkt te hebben, ondanks alle veranderingen door de tijd heen.

Ik kan me voorstellen dat dit voor sommigen als een waarschuwing klinkt. Misschien was het dat ook wel. De beoefening van zen is niet alleen uitdagend, maar kan ook beangstigend zijn. Je gaat op een kussen zitten, in stilte, voor een bepaalde tijd. Vervolgens komt er van alles voorbij: gedachten, herinneringen, plannen, lichamelijke gewaarwordingen en emoties. Dingen die je liever niet onder ogen ziet, kunnen zich juist dan aandienen.

Ergens hebben we bovendien snel in de gaten dat hier wordt geknaagd aan het vertrouwde idee van wie we zijn. Dat kan een gevoel van onveiligheid oproepen. Onze identiteit biedt immers houvast. Zij vertelt ons waar we thuishoren, hoe we ons moeten gedragen en wat we van onszelf en anderen mogen verwachten.

Zen is niet: dat gevoel zo snel mogelijk oplossen. Zen is ermee gaan zitten. Erbij aanwezig blijven en zien wat er in de geest gebeurt. En het onderzoek tegelijk lichamelijk maken: wat gebeurt er nu werkelijk? Wat voel ik? Waar merk ik dat in mijn lichaam? Wat gebeurt er wanneer ik niets probeer vast te houden of weg te duwen?

Stapje voor stapje kunnen we dan ontdekken dat ons gevoel van identiteit minder vaststaat dan we denken. We zien hoe we ons vastklampen aan ideeën over wat en wie we zijn. In mijn geval bijvoorbeeld: ik ben een man, vader, echtgenoot, ambtenaar en zenleraar. Dat zijn geen onwaarheden. Het zijn rollen, omstandigheden en beschrijvingen die iets wezenlijks over mijn leven zeggen.

Het wordt ingewikkeld wanneer ik ga geloven dat deze beschrijvingen volledig samenvallen met wie ik ben. Alsof er achter al die rollen een onveranderlijk iemand aanwezig is die steeds dezelfde blijft.

We kunnen ons ook vastklampen aan ons lichaam. Bij ziekte of aftakeling kan het vertrouwde beeld van onszelf onder druk komen te staan. Of we klampen ons vast aan onze geest: ik moet dit kunnen begrijpen, ik moet helder kunnen denken, ik moet weten hoe het zit. Wanneer dat niet lukt, lijkt niet alleen ons vermogen tot begrijpen te worden aangetast, maar ook wie we denken te zijn.

Een andere manier om naar identiteit te kijken vinden we in de kunst. Kunstenaar Martine Gutierrez zei onlangs in NRC, naar aanleiding van een nieuwe tentoonstelling: ‘Identiteit kun je zien als een performance, met een beetje oefening kun je vrijwel alles zijn.’

Dat is mooi gezegd. Kunst kan zichtbaar maken dat identiteit niet alleen iets is wat we hebben, maar ook iets wat we doen. We geven haar vorm door onze kleding, ons gedrag, onze taal en de verhalen die we over onszelf vertellen. Wanneer we ontdekken dat identiteit beweeglijk is, ontstaat er ruimte. We hoeven niet volledig samen te vallen met de verwachtingen van anderen. Misschien wordt het daardoor ook gemakkelijker om onszelf te aanvaarden zoals we op dit moment zijn.

Het perspectief van zen is nog radicaler. Zen vraagt niet alleen welke identiteit we aannemen of uitvoeren. Zen stelt de vraag wie deze identiteit eigenlijk aanneemt.

Dat wordt uitgedrukt in een bekende koan:

 

Let op! Keizer Wu van Ryo vroeg aan Bodhidharma: ‘Wat is de uiteindelijke betekenis van de heilige waarheid van het boeddhisme?’

Bodhidharma antwoordde: ‘Grenzeloze leegte. Niets is heilig.’

De keizer vroeg: ‘Wie staat daar tegenover mij?’

Bodhidharma antwoordde: ‘Dat weet ik niet.’

De keizer begreep er niets van.

 

Bodhidharma, die volgens de overlevering zo’n vijftien eeuwen geleden vanuit India naar China kwam en een belangrijke grondlegger werd van wat we nu zen noemen, raakt hier de kern van de zaak.

De keizer vraagt: wie ben jij? Hij verwacht waarschijnlijk iets concreets: een afkomst of een positie. Misschien verwacht hij dat Bodhidharma vertelt dat hij iemand is die de waarheid van het boeddhisme heeft doorgrond.

Maar Bodhidharma zegt: ‘Dat weet ik niet.’

Dat antwoord betekent niet dat hij verward is. Het is ook geen poging om interessant of geheimzinnig te doen. Hij weigert zichzelf vast te pinnen.

Dat niet-weten opent ruimte. Niet de ruimte om willekeurig alles te worden, maar de ruimte om niet langer volledig te hoeven samenvallen met één beeld van jezelf. Ik ben vader, echtgenoot, ambtenaar en zenleraar, maar geen van die woorden kan mij volledig omvatten. Ook alle woorden bij elkaar kunnen dat niet.

Dat betekent niet dat onze identiteit er niet toe doet. Onze geschiedenis, ons lichaam, onze relaties en onze verantwoordelijkheden verdwijnen niet zodra we op een kussen gaan zitten. Wie beweert dat identiteit er helemaal niet toe doet, kan gemakkelijk voorbijgaan aan de heel concrete omstandigheden waarin mensen leven.

Zen vraagt niet om onze identiteit te ontkennen. Het vraagt ons te onderzoeken wat er gebeurt wanneer we haar niet meer zo stevig vasthouden.

Misschien worden we dan iets zachter, zowel voor onszelf als voor de ander. We raken minder snel van streek wanneer iemand ons beeld van onszelf niet bevestigt en zijn minder onder de indruk van onze innerlijke criticus. Misschien hoeven we onszelf ook minder voortdurend te verdedigen. We kunnen onze rollen vervullen zonder te denken dat we ermee samenvallen. We kunnen ons ‘ontwikkelen’, veranderen zonder het gevoel te hebben dat we daardoor verloren gaan.

Wat mijn eerste zenleraar mij vertelde, bleek dus inderdaad te kloppen. Op dit pad valt iets te verliezen.  

Mijn uitnodiging is daarom: ga eens zitten met de vraag: wie is dit?



Over de auteur

Bart van Lent is zenleraar bij Zen Centrum Voorburg en geregistreerd MBSR-trainer. In deze blog schrijft hij over zenbeoefening, mindfulness en de toepassing daarvan in het dagelijks leven.

Meer informatie: www.zcvb.nl 


 

Populaire posts van deze blog

De automatische piloot

De eerste bijeenkomst van de mindfulness (MBSR) training staat in het teken van de “automatische piloot”. Een term die uit de luchtvaart komt. Daar is de automatische piloot een nuttig instrument: hij neemt werk uit handen en zorgt dat het vliegtuig stabiel op koers blijft, zodat de piloot zich kan richten op wat echt aandacht vraagt. In de cockpit zit bovendien een knop. Aan of uit. In ons dagelijks leven werkt het niet veel anders. Ook wij doen een groot deel van de dag op routine. We lopen, fietsen, praten, werken – vaak zonder er bewust bij stil te staan. Dat is maar goed ook. Veel van wat we doen is complex genoeg. Wie na een ongeluk opnieuw moet leren lopen of fietsen, weet hoe weinig vanzelfsprekend dat eigenlijk is. En toch gaat het meestal goed. We bewegen ons door het verkeer, door gesprekken, door onze dagen, zonder er steeds over na te hoeven denken. Alleen: bij ons ontbreekt die knop, zo lijkt het. We staan zelden stil bij het feit dát we op de automatische piloot function...

De reünie

Veel Nederlanders van middelbare leeftijd – zoals ik – zullen het fenomeen herkennen: de reünie. Een bijeenkomst met klasgenoten van vroeger, familieleden, oud-collega’s of welke andere groep uit het verleden dan ook. Na zoveel jaar kom je weer bijeen om elkaar te zien en te spreken. Vaak is dat fijn, soms ook niet. Hoewel ik niet altijd naar zo’n bijeenkomst uitkijk, is er toch steeds dat gevoel: het zou goed zijn om elkaar weer eens te zien. Je hoort jezelf zoiets zeggen tijdens een begrafenis of een andere onverwachte ontmoeting: we zouden niet moeten wachten tot de volgende begrafenis. Voor je het weet wordt er weer een reünie gepland. Maar wanneer het zover is, heb ik vaak mijn twijfels. Waarom eigenlijk? Heeft het te maken met het feit dat een reünie soms als een tijdmachine werkt? Ik merk dat ik tijdens zo’n bijeenkomst gemakkelijk word teruggezet in de tijd. Ik neem mijn oude plek in de familie, de klas of de groep weer in. Dat gebeurt min of meer automatisch en lijkt som...