Koan: De oude vrouw steelt Joshu’s bamboescheuten (*)
Op een dag bevond meester Joshu zich buiten het klooster en
hij kwam een oude vrouw tegen, die een mand droeg. Hij vroeg haar:
‘Waar ga je heen?’
De oude vrouw antwoordde:
‘Ik ga Joshu’s bamboescheuten stelen.’
Joshu vroeg:
‘Wat doe je als je Joshu zelf tegenkomt?’
De oude vrouw liep op Joshu af en gaf hem een oorvijg.
Vragen kunnen gaan leven. Dit verhaal is een koan: een
zenverhaal dat vragen oproept. De kunst is om het verhaal en de vraag een
tijdje op je te laten inwerken, zonder meteen naar een antwoord te zoeken. Als
ik me daarvoor openstel, hoor ik die vraag na verloop van tijd terug, in
verschillende gedaantes en op uiteenlopende momenten.
De vraag van Joshu aan de oude vrouw is zo’n vraag die je
aan het werk zet. Het is wat mij betreft een meesterlijke vraag.
Waar ga je heen?
Die vraag hoor ik in deze junimaand vaker dan anders: in de
kantine, bij de koffieautomaat, op straat en in de trein. Er klinkt een
verlangen naar ruimte en rust in door. Er is een bestemming, maar ons verblijf
daar is tijdelijk. Na de vakantie keren we weer terug.
Op het werk klinkt de vraag vaak anders: wat is je ambitie?
Ook daarin klinkt een verlangen naar beweging en verandering.
Minstens zo vaak hoor ik de vraag: waar gaat het heen?
Daarin klinkt grote bezorgdheid door, bijvoorbeeld over het klimaat, de
biodiversiteit en onze veiligheid. Die zorg kan onzekerheid, angst en woede
oproepen. De vraag kan ons doen verkrampen, maar ons ook tot actie aanzetten.
Datzelfde geldt voor de vraag: hoe moet het verder? Die kan
soms bijna wanhopig klinken tussen partners, vrienden of anderen die nauw met
elkaar verbonden zijn.
Maar Joshu’s vraag nodigt ook uit om dieper te gaan. De oude
vrouw in deze koan inspireert om precies
dat te doen. De manier waarop zij de vraag oppakt, is opmerkelijk. Ze geeft
antwoord, maar niet op een manier die de vraag afsluit. Integendeel: ze kaatst
de bal onmiddellijk terug. De openheid van de vraag blijft daardoor aanwezig.
Sterker nog, ze maakt de ruimte nog groter.
Waarom zegt ze dat ze Joshu’s bamboescheuten gaat stelen,
terwijl ze met hem oog in oog staat? Waar heeft ze het eigenlijk over?
Mijn vermoeden is dat ze op zoek is naar inspiratie. Maar
waarschijnlijk zegt dat vermoeden meer over mij dan over haar.
Joshu laat zich op zijn beurt niet kennen. Hij speelt het
spel mee.
Wat doe je als je
Joshu tegenkomt?
Ook dat roept nieuwe vragen op. Wie is Joshu? En hoe kun je
elkaar tegenkomen als je al tegenover elkaar staat?
Maar de vrouw laat hem het gesprek niet bepalen. Ze loopt op
hem af.
En dan…
De koan
is opgenomen als ‘The Old Woman Steals Zhaozhou’s Bamboo Shoots’ in Zenshin
Florence Caplow en Reigetsu Susan Moon (red.), The Hidden Lamp: Stories from Twenty-Five
Centuries of Awakened Women, Wisdom Publications, 2013, koan 47. Voor
de bovenstaande tekst is gebruikgemaakt van de Nederlandse vertaling door Piet
Hermans: Het verborgen licht: verhalen van 25 eeuwen verlichte vrouwen,
Asoka, 2017. Joshu is de Japanse naamvorm van Zhaozhou, een
beroemde Chinese zenmeester uit de Tang-dynastie.
Over de auteur
Bart van Lent is zenleraar bij Zen Centrum Voorburg en geregistreerd MBSR-trainer. In deze blog schrijft hij over zenbeoefening, mindfulness en de toepassing daarvan in het dagelijks leven.
Meer informatie: www.zcvb.nl