In de derde bijeenkomst van een MBSR Mindfulness-training staat een op het oog eenvoudig thema centraal: “van doen naar zijn”. Of misschien beter gezegd: van doen én zijn. Want het gaat niet om een keuze voor het één of het ander, maar om het leren herkennen van beide en het vinden van een evenwicht.
De doe-modus is direct herkenbaar. We zijn gewend om te reageren op wat we tegenkomen. Iets voelt onprettig, dus we proberen het op te lossen, te vermijden of te veranderen. Dat is vaak ook heel passend. Als de kraan lekt, ga je hem repareren. Maar bij innerlijke ervaringen – zoals verdriet, angst, boosheid of verveling – werkt dat niet altijd zo.
Neem piekeren. Het lijkt alsof je een probleem oplost door er nog eens goed over na te denken. Nog een keer, en nog een keer. Maar vaak kom je juist vaster te zitten. Of neem verdriet: we proberen het te dempen, bijvoorbeeld door afleiding te zoeken, eindeloos te scrollen, tv te kijken of iets te drinken. Even lijkt het te helpen, maar het verdwijnt niet. Het komt terug.
In de training oefenen we daarom ook een andere manier van omgaan: de zijn-modus. Dat betekent niet dat je iets moet oplossen, maar dat je bij de ervaring blijft zoals die zich op dit moment voordoet. Zonder er meteen iets aan te willen doen.
Dat klinkt eenvoudig, maar is het niet. Bij pijn of verdriet blijven vraagt iets van ons. Tegelijk kan het iets openen. Als je blijft, kun je gaan zien hoe zo’n ervaring zich eigenlijk laat kennen. Waar voel je het in je lichaam? Verandert het? Neemt het toe of juist af? Wat gebeurt er nog meer – aan gedachten, aan neigingen, aan reacties?
Door zo te kijken leer je jezelf kennen. Je gaat patronen herkennen. Dit soort ervaringen komen vaker terug, soms duidelijk, soms meer op de achtergrond. Door ermee te oefenen, kan er ook iets van vertrouwdheid ontstaan. Niet omdat het altijd prettig wordt, maar omdat je er iets beter bij kunt blijven.
Dat betekent niet dat het altijd lichter voelt. Soms kan het juist intenser worden als je je openstelt. Pijnlijker, onrustiger, verwarrender. Ook dat hoort erbij. En ook daar kun je bij blijven.
In dat proces kan nog iets anders zichtbaar worden. We merken dat we niet samenvallen met wat we ervaren. Verdriet is er, maar we zijn niet dat verdriet. Boosheid is er, maar we zijn niet die boosheid. Er ontstaat ruimte. Ruimte om te ervaren, en misschien ook ruimte om anders te kijken.
Die ruimte kan ook iets van mildheid meebrengen. Compassie, om het zo te noemen. Voor dit eigen leven, met alles wat zich daarin aandient. Vaak zijn we streng voor onszelf, vinden we dat het anders moet, beter moet. In het oefenen kan daar stap voor stap iets van verzachten.
En misschien zien we ook dat wat we in onszelf tegenkomen, niet uniek is. Anderen kennen dit ook. Op hun eigen manier, in hun eigen omstandigheden, maar toch herkenbaar. Dat besef van gedeeldheid – van verbinding – groeit vaak stilletjes mee.
Daarmee krijgt dit oefenen ook een bredere betekenis. Het gaat niet alleen over aandacht of stressreductie, maar over hoe we ons verhouden tot onszelf, tot anderen en tot de wereld. Voor mij raakt dat aan wat je ‘religie’ zou kunnen noemen: het zoeken en ervaren van verbinding.
Terug naar doen en zijn. De zijn-modus is niet beter dan de doe-modus. We hebben ze allebei nodig. Maar veel mensen zijn het zijn een beetje kwijtgeraakt. Daarom oefenen we. In formele oefeningen, zoals meditatie of yoga. En net zo goed in het dagelijks leven: tijdens het eten, bij het lopen, bij het opstaan, of gewoon tijdens de afwas.
Gaandeweg vervaagt misschien zelfs het onderscheid. Dan is het niet meer iets wat je ‘oefent’, maar iets wat zich mengt met het leven zelf. Steeds weer opnieuw, steeds weer fris. Zonder einde, maar ook zonder dat het ergens naartoe hoeft.
Over de auteur
Bart van Lent is zenleraar bij Zen Centrum Voorburg en geregistreerd MBSR-trainer. In deze blog schrijft hij over zenbeoefening, mindfulness en de toepassing daarvan in het dagelijks leven.
Meer informatie: www.zcvb.nl